Toen we een bestemming voor onze huwelijksreis moesten kiezen, wilden we iets bijzonders. Deze reis was een zeldzame kans: onze kleuter bleef thuis, dus voor één keer konden we reizen zoals voor we een gezin stichtten. We droomden van een plek met adembenemende wandelroutes, heerlijk eten en ongerepte natuur. Geen zorgen over speeltuinen of over hoe we de kleine bezig zouden houden. Madeira voldeed aan al onze wensen. We hadden van vrienden en familie lovende verhalen over dit Portugese eiland gehoord. Ons plan was eenvoudig: de eerste en laatste nacht van onze reis in Funchal doorbrengen, de charmante hoofdstad van het eiland, en de overige vijf dagen gebruiken om de rest van Madeira met de auto te verkennen. En dat bleek de perfecte beslissing!

Na een lange vlucht moesten we uitrusten, boodschappen inslaan en uitzoeken hoe het met parkeren zat voor de dagen die volgden. En wow, wat een kennismaking met de stad! De straten in Funchal zijn ongelooflijk steil, en tegen dat we na onze verkenning van de stad bij ons appartement aankwamen, zat ik al te zweten. Niet van de hitte, maar omdat ik me voorstelde hoe ik door die smalle, steile straatjes zou moeten manoeuvreren.

Het weer op onze eerste dag op Madeira was niet bepaald ideaal. Het bevestigde meteen wat we gehoord hadden over hoe onvoorspelbaar het weer op Madeira kan zijn. Ons voornaamste doel voor die dag was de beroemde botanische tuin Monte Palace Madeira bezoeken. Na een korte rit met een doldrieste plaatselijke buschauffeur was ik erg blij om af te stappen en eindelijk wat frisse lucht in te ademen. Ik begon wagenziek te worden na alle scherpe bochten die de bus in dat laatste kwartier maakte. Wees voorbereid op een wilde rit!

Op weg naar de botanische tuin passeerden we de Igreja de Nossa Senhora do Monte, een charmante kerk op de heuveltop. Het monument voor de kerk is een standbeeld van keizer Karel I van Oostenrijk, ter ere van de laatste keizer van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk. Hij bracht zijn laatste dagen op dit eiland door en ligt in de kerk begraven.

Pal onderaan de trappen naar de kerk vind je een beroemde toeristische attractie: de rieten sleeën. De rit van 2 kilometer door de steile straten van Funchal begint hier. Toen wij deze plek op een zondagochtend rond 10 uur passeerden, was er niemand die de sleeën bemande. Deze traditionele sleeachtige voertuigen bestaan uit rieten manden op houten glijders en brengen bezoekers bergaf van het dorpje Monte naar de lager gelegen straten van Funchal. De tocht is zo’n 2 kilometer lang en de sleeën halen snelheden tot 30 km/u. De bestuurders, “carreiros” genoemd, staan achter de slee en gebruiken hun kracht, evenwicht en laarzen met rubberen zolen om te sturen en de snelheid onder controle te houden terwijl de slee de heuvel af glijdt.

Het weelderige groen, de exotische planten en de serene sfeer gaven ons het gevoel dat we een tropisch regenwoud waren binnengestapt. Het Monte Palace zelf werd eind 19e eeuw gebouwd als een luxueus hotel. Het hotel kampte door de jaren heen echter met financiële moeilijkheden en sloot uiteindelijk halverwege de 20e eeuw. Eind jaren 1980 kocht José Berardo het pand en besloot hij het een nieuwe bestemming te geven als botanische tuin en culturele site. Na die omvorming gingen de tuinen begin jaren 1990 open voor bezoekers, met een schitterende collectie exotische planten, mineralen en hedendaagse kunst.

We dwaalden zo’n 2,5 uur door de tuin, al moesten we een paar keer schuilen voor de regen. Het onvoorspelbare weer gaf de hele plek een sombere, bijna mystieke sfeer, wat de ervaring nog onvergetelijker maakte. De tuin biedt een adembenemend panorama over Funchal, de baai en de Atlantische Oceaan. Wat me het meest verraste, was echter de mineralententoonstelling. Ik had niet verwacht onder de indruk te raken van stenen, maar de creatieve opstelling boeide me enorm. De meeste stukken kwamen uit Brazilië, Portugal en Zuid-Afrika, en ze waren werkelijk schitterend.

Naast de mineralen waren er paviljoenen met moderne en hedendaagse kunst, wat een verrassend element aan de natuurlijke pracht van de tuin toevoegde. Het door Azië geïnspireerde deel van de tuin, met zijn opvallende rode elementen, kwam prachtig uit tegen de achtergrond van weelderig groen bos. Nog een blikvanger was de vetplantentuin, waar allerlei soorten op een ongelooflijk artistieke en aantrekkelijke manier waren geschikt.

We besloten naar Funchal terug te wandelen omdat het weer opklaarde en we de stad op ons eigen tempo wilden verkennen. We begonnen in de straat onder de kabelbaan, naast de parking van het bovenstation. Vandaar sloegen we net voor het kerkhof links af en volgden we een charmant paadje achter een paar huizen tot we bij de Caminho do Lombo uitkwamen. De weg werd al snel zo steil dat onze kuiten meteen begonnen te branden! Het was een fijne woonwijk, maar hoewel we onderweg bushaltes zagen, hingen er geen gedetailleerde uurregelingen en zagen we geen enkele bus.

Na wat zwoegen bereikten we eindelijk de Miradouro da Tabaiba, een uitkijkpunt met een fantastisch zicht op Funchal, de baai en het traject van de kabelbaan naar Monte. Het zou een van de beste plekken zijn om het beroemde oudejaarsvuurwerk te bekijken.

We daalden verder af via de Caminho do Lombo en liepen onder de expresweg door. Het volgende stuk van de wandeling was het lastigst: over zo’n 200 meter was er geen voetpad of veilige plek voor voetgangers, en door de scherpe bochten voelde het onveilig. We renden dat stuk snel door om het achter de rug te hebben. Uiteindelijk kwamen we bij de Rua Pedro José de Ornelas, een straat die ons met degelijke voetpaden veilig richting het centrum van Funchal bracht. Tegen dat we onze bestemming bereikten, de haven, hadden we 6 kilometer afgelegd en in totaal 550 meter gedaald. De zon was doorgebroken en het zicht op de cruiseschepen en het glinsterende water was werkelijk prachtig. Voor we gingen eten, wandelden we door het Parque de Santa Catarina, een rustige plek in de stad. Daar zagen we het CR7-museum, een must voor voetbalfans, met buiten het beroemde standbeeld van Cristiano Ronaldo, een beeld dat volgens iedereen totaal niet op hem lijkt.

Na deze pittige wandeling beloonden we onszelf met een welverdiend diner in een plaatselijk restaurant. Ik kon het niet laten om een van de typische gerechten van het eiland te bestellen: zwarte haarstaartvis met banaan. In het begin vond ik die combinatie verrassend en bijzonder, maar naarmate ik verder at, begon de zoetheid van de banaan wat te overheersen. Toch was het een ervaring die de moeite waard was en een echte kennismaking met de culinaire creativiteit van Madeira.

We ontdekten ook Brisa Maracujá, een populaire frisdrank met echt passievruchtensap. De verfrissende, zoete smaak brengt het tropische karakter van de befaamde Madeirese passievrucht perfect tot uiting. Later stootten we op de suikervrije versie van dezelfde drank, die verrassend lekker bleek, zelfs voor iemand als ik, die normaal niet van suikervrije dranken houdt.

Ik besloot ‘s avonds te gaan lopen om de stad voor zonsondergang te verkennen. Het was lastig om een route te vinden zonder stevige klim, maar uiteindelijk koos ik de Fortaleza de São João Baptista do Pico als bestemming. De tocht naar de vesting was pittig (gelukkig ook kort!), met steile straten die voor een stevige training zorgden. Toen ik bij de vesting aankwam, bleek die niet in de beste staat. Het deel met het mooiste zicht op de stad was in verbouwing, wat me wat teleurstelde. Toch gaf de inspanning van het bergop lopen op zich al voldoening. Ondanks het verlaten uiterlijk van de vesting zaten de speeltuin en het café ernaast vol leven, met gezinnen en kinderen die van de avond genoten. Daarvandaan liep ik richting de haven en langs het water naar het Forte de São Tiago. De felverlichte straten en de levendige sfeer maakten dit deel van de loop bijzonder aangenaam. Na de vesting werden de straten echter donkerder en leger, dus besloot ik terug te keren. Ik liep bergop richting ons appartement, langs veel restaurants vol mensen die van hun avondmaal genoten. Het was de perfecte manier om zo’n avontuurlijke dag af te sluiten: beweging, verkenning en de bruisende energie van Funchal bij avond.

Tijdens onze avondwandeling van een andere dag verkenden we de Rua de Santa Maria, een van de oudste straten van Funchal. In 2010 lanceerde de overheid een initiatief genaamd “Art of Open Doors” om de straat nieuw leven in te blazen en de oude binnenstad op te frissen. Lokale en internationale kunstenaars werden uitgenodigd om de deuren van de gebouwen te beschilderen, waardoor de straat in een openluchtgalerij veranderde.

Het loont om zowel ‘s ochtends als ‘s avonds door deze straat te wandelen, want er zijn dan andere zaken open of dicht, waardoor je telkens andere boeiende schilderingen ziet, zoals De Kleine Prins, de deur met de zeemeermin, taferelen van de druivenoogst, de geschiedenis en cultuur van Funchal of afbeeldingen van het zeeleven rond het eiland. De straat staat vol souvenirwinkels, restaurants, koffiebars en cafés, en wordt vooral ‘s avonds erg levendig, wanneer inwoners en toeristen samenkomen om te eten en te drinken.

Je kan Funchal verkennen te voet, met de taxi, met de kabelbaan en zelfs met tuktuks. Die driewielers zijn een populaire en milieuvriendelijke manier om de stad en omgeving te doorkruisen, want ze manoeuvreren makkelijk door de smalle straatjes van de oude binnenstad. De tuktuks in Funchal worden uitgebaat door verschillende bedrijven en chauffeurs, die vaak rondleidingen aanbieden om bezoekers de belangrijkste bezienswaardigheden te tonen.

Ze zijn een uitstekende optie voor wie moeilijk te been is of het lastig vindt om de steile straten van de stad op te lopen. Tijdens een pauze bij het uitkijkpunt Lazareto zagen we een koppel dat met een tuktuk was aangekomen. Ze hielden zo’n vijf minuten halt terwijl hun chauffeur hen wat over de stad vertelde, voor ze naar hun volgende bestemming vertrokken.

De vesting Forte de São Tiago, met haar opvallende felgele kleur, steekt prachtig af tegen het blauwe water van de Atlantische Oceaan en de groene heuvels van Madeira. Terwijl ik er ‘s avonds ging lopen, genoot ik vooral van de rustige sfeer op deze plek. Bezoekers kunnen er de omgeving in zich opnemen, van de zonsondergang genieten of de cruiseschepen en vissersboten in de haven bekijken. Overdag biedt het fort een spectaculair uitzicht op de oceaan, de stad en de omliggende bergen. Binnen is er een restaurant dat een bijzondere culinaire ervaring biedt, en het fort wordt ook gebruikt voor evenementen, tentoonstellingen en andere culturele activiteiten.

We waren werkelijk verbaasd over de verscheidenheid aan fruit in de winkels, zelfs in de supermarkten. Het smaakte zoveel beter dan het fruit in België. Fruitwinkels, “frutarias” genoemd, trokken telkens onze aandacht wanneer we er voorbijkwamen. Onze favoriet was de lokale papaja. Onze laatste dag hielden we vrij om te shoppen, en een van de plekken die we graag wilden bezoeken was de Mercado dos Lavradores. Deze beroemde markt biedt een indrukwekkend aanbod exotisch fruit, zoals passievrucht, annona (suikerappel) en de intrigerende banaan-ananashybrides. Verkopers laten je vaak proeven, maar de prijzen kunnen een pak hoger liggen dan elders, dus let op dat je niet te veel betaalt: de prijzen zijn makkelijk het dubbele van die bij straatkraampjes of in frutarias.

De markt is populair bij de lokale bevolking, maar sommige delen, en dan vooral de fruitkraampjes, zijn meer op toeristen gericht. Wij kwamen op een zaterdag, een van de levendigste dagen, wanneer zowel inwoners als toeristen samenkomen. De energie en de bruisende sfeer gaven de markt extra charme, ondanks de drukte. In de kraampjes lagen prachtig uitgestalde vruchten, gedroogde kruiden, pepers en bloemen, een lust voor het oog! Wie het liever rustiger heeft, komt beter vroeg in de ochtend of op een weekdag.

Hoewel we door de hoge prijzen niet van plan waren fruit op de markt te kopen, ontdekten we dat de benedenverdieping een uitstekende plek is om bloembollen te kopen. De bloemenkraampjes waren bijzonder kleurrijk, met tropische bloemen zoals de befaamde strelitzia’s (paradijsvogelbloemen). Vrouwen in veelkleurige gestreepte jurken die deze bloemen verkopen, gaven het geheel een traditionele toets. Pal bij de ingang tonen schitterende azulejos (traditionele tegels) hoe de markt er vroeger uitzag, waardoor bezoekers een glimp van de geschiedenis opvangen. Ben je een tuinliefhebber, ga dan zeker naar de benedenverdieping, waar je bloembollen kan kopen om mee naar huis te nemen. Vooral strelitziabollen zijn een uniek souvenir dat je nog lang na je reis aan Madeira zal herinneren.

Een van de fascinerendste delen van de markt is de vissectie. Hier vind je allerlei vissen die je misschien nog nooit gezien hebt. De blikvanger is de zwarte haarstaartvis, of “espada”, een diepzeesoort die al eeuwenlang een vaste waarde van de Madeirese keuken is. Zijn lange, slanke lijf, zwarte huid en scherpe tanden geven hem een bijna mythisch uiterlijk. Deze vis leeft tot op 1.500 meter diepte in de Noord-Atlantische Oceaan en wordt gevangen door bedreven lokale vissers met traditionele methodes. Ondanks zijn ongewone uiterlijk is het vlees van de zwarte haarstaartvis mals, mild en wit, wat hem perfect maakt voor allerlei heerlijke gerechten, van de klassieke espada met banaan tot andere creatieve bereidingen die je in Madeirese restaurants vindt. Opvallend: de zwarte haarstaartvis komt enkel rond Madeira en bij Japan voor.

De laatste namiddag verkende ik een andere kant van de kustlijn, richting Câmara de Lobos. Mijn tweede loop bracht me naar de natuurlijke zwembaden Doca do Cavacas. De hele route volgde een aangenaam voetpad, langs verschillende grote hotels met zwembaden en een schitterend zeezicht. Langs de drukke weg lagen ook restaurants en souvenirwinkels.

De natuurlijke zwembaden Doca do Cavacas waren een kleinere versie van die we in Porto Moniz bezochten. Onderweg passeerde ik ook nog een reeks openluchtzwembaden, “Ponta Gorda Lido” genoemd. Op beide locaties hing hetzelfde informatiebord met prijzen, dus ze maken wellicht deel uit van dezelfde keten van zwembaden. Deze baden hadden ook zones voor kleuters.

Praktische info:

  • Vervoer: we namen Bolt om ‘s avonds van de luchthaven naar Funchal te raken, voor 19 euro. ‘s Ochtends betaalden we meer (29 euro), omdat er minder wagens beschikbaar waren en we er ook een voor een specifiek tijdstip reserveerden.

  • Accommodatie: we huurden ons appartement via Airbnb, en het was het beste waar we ooit verbleven! Het adres was R. Elias Garcia 15. Top floor/ocean view 1Bdr condo walk to downtown 2

  • Autoverhuur: we huurden een auto via Wyspa Madera bij verhuurbedrijf Adratica. Een auto van klasse A voor vijf dagen kostte 185 euro, plus extra verzekering voor banden, ruiten en zijspiegels aan 5 euro per dag. We hadden het geluk een Nissan Micra Turbo (klasse C) te krijgen, die perfect was voor de steile straten.

  • Parkeren: we lieten de huurauto elke nacht achter in de nabijgelegen ondergrondse Parking Santa Luzia (Rua 5 de Outubro, São Martinho, 9000-216 Funchal, Portugal). We betaalden telkens 4,5 euro (enkel cash). Let op: veel plaatsen zijn voorbehouden en duidelijk aangeduid met spandoeken erboven. Maar één keer moesten we naar de onderste verdieping rijden, omdat de begane grond vol zat (dat was na 20 uur). Een kleine auto parkeren gaat prima, maar met grotere voertuigen manoeuvreren kan lastig zijn.

  • Meer details over de ritten met de rieten sleeën langs de Carreiros do Monte vind je hier

  • Bezoek de officiële website van Jardim Monte Palace Madeira voor details. Ticketprijs: 15 euro per persoon. We namen een stadsbus aan de halte R 31 Janeiro Finanças (9C), lijn 21 (lijn 20 rijdt dezelfde richting uit). De rit duurde zo’n 13 minuten en kostte 1,95 euro bij de chauffeur.

  • We besloten de kabelbaan van Funchal niet te nemen omdat de prijs vrij hoog was. Omdat we in andere landen al kabelbanen namen, vonden we het geen must. We hoorden ook dat Madeira zoveel schitterende uitzichten biedt dat je deze kan overslaan. Telkens wanneer we het benedenstation van de kabelbaan passeerden, stond er een lange rij. Bovendien was de busrit van 13 minuten al spannend genoeg, want die kronkelde door smalle straten vol auto’s. Het was indrukwekkend hoe behendig de plaatselijke chauffeur de scherpe bochten nam.

  • Restaurants waar we aten:
    • Restaurante Informal: we kwamen 15 minuten voor openingstijd aan en konden nog net een tafel bemachtigen. Deze zaak neemt geen reservaties aan, dus vind je bij de opening geen plek in de eerste ronde, dan komt je naam op een lijst en moet je zo’n 1,5 uur later terugkomen. We bleven 1 uur en 20 minuten, en tegen dat we vertrokken stonden er al mensen buiten te wachten op een vrije tafel. Ongeveer 30 euro per persoon, drankjes inbegrepen.
    • Rei da Poncha: de Nikita was onze favoriete drank (een mix van ananassap, bier en vanille-ijs)!
    • Rota 23 Hamburgueria: de enige zaak in de buurt van ons appartement die na 22 uur nog open was toen we van de luchthaven aankwamen. Het bleek een heel fijne plek.
    • Bar “O Avô”: lekkere haarstaartvis met banaan en espetada de frango. Eerlijke prijzen en uitstekende bediening. Twee kakkerlakken zien op weg naar het toilet was wel geen aangename ervaring. Adres: R. Da Praia 49A, São Martinho, 9000-643 Funchal, Portugal
    • Casa do Bolo do Caco: heerlijke bolo do caco-broodjes, een prima alternatief voor een snelle lunch of snack en een originele manier om bolo do caco te serveren. Het traditionele platbrood bolo do caco wordt doormidden gesneden en met allerlei hartige ingrediënten gevuld tot een broodje; wij probeerden er een met rundvlees. Adres: Rua Dr. Fernão de Ornelas 26, 9050-021 Funchal, Portugal
  • Winkels: Frutaria Seminário - Frutas, Verduras e Legumes: een fijne plek om fruit te kopen. Controleer zeker of het fruit lokaal of ingevoerd is als je Madeirese producten wil proeven. Ze verkochten lekkere lokale papaja (in kleine stukjes), maar tegen de avond was zowat alles op. Adres: R. do Seminário 16, 9000-053 Funchal, Portugal

  • Nuttige websites:
  • Vers fruit, alcohol, bloembollen, spullen uit kurk… en natuurlijk herinneringen!
  • De natuurlijke zwembaden Doca do Cavacas: toegang 5,70 euro voor volwassenen. Kinderen onder 6 gaan gratis binnen, van 7 tot 17 jaar betaal je maar 1,90 euro.
  • Details van de looptochten:

Loop in de oude binnenstad - 7 km, 236 hoogtemeters Loop langs de kustlijn - 11 km, 187 hoogtemeters